Beekrand vol met margrieten

Project beekrandenbeheer

Bevordering van de biodiversiteit

bloemen in bloei

Biodiversiteit is de samentrekking van de woorden “biologische” en “diversiteit”. Biodiversiteit is dus de verscheidenheid van alle levende wezens: dieren, planten, zwammen en micro-organismen.

Het achterwege laten van bemesting en gewasbeschermingsmiddelen en het invoeren van een aangepast maaibeheer (niet vóór 15 juni en afvoeren van maaisel) heeft een positieve invloed op biodiversiteit in de randzone. In de loop van de tijd neemt het aantal plantensoorten toe zodanig dat de beekrand ontwikkelt naar een soortenrijk grasland.

Dit heeft op zijn beurt een gunstige uitwerking op de aanwezigheid van dieren. Heel wat vogels maken gebruik van de beekranden om voedsel of beschutting te zoeken. Beekranden zijn dan ook belangrijk voor het overleven van akkervogels zoals patrijs, fazant, geelgors, kwikstaart en leeuwerik.

Beekranden, ingezaaid met verschillende plantensoorten, vormen in de bloeiperiode een mooi lint door het landschap. De bloemen leveren een divers en uitgebreid stuifmeelaanbod voor insecten. Wanneer er voldoende aanbod is van stuifmeel hebben bijen meer kans om de winterrust te overleven. Dit is heel belangrijk, aangezien bijen een belangrijke functie hebben in de landbouw. Ze produceren niet alleen honing, maar zijn ook van cruciaal belang voor een goede bestuiving in het voorjaar. De opbrengst van heel wat akkerbouwgewassen en fruitsoorten (aardbeien, appels, peren…) hangt ervan af.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat beekranden gebruikt kunnen worden om ziekten en plagen op een natuurlijke wijze te bestrijden. De aanwezigheid van beekranden speelt een belangrijke rol in de overleving van nuttige dieren. Ze vinden er beschutting en voedsel gedurende de winterperiode. In het voorjaar, bij het opduiken van de eerste plagen zoals rupsen en bladluizen, verhuizen de eerste predatoren zoals loopkevers, spinnen, zweefvliegen, sluipwespen en roofwantsen, naar het veld op zoek naar een prooi. Op die manier worden plagen al vroeg onderdrukt zodat een plotse, snelle uitbraak wordt voorkomen. Door het stimuleren van natuurlijke vijanden kan het gebruik van insecticiden teruggedrongen worden.

Geen bemesting en gewasbescherming draagt ook bij tot het tot rust komen van de bodem, zodat het natuurlijk bodemleven zich na jaren productief gebruik kan herstellen.

Sitemap