Beekrand

Publicaties

Laatste persbericht

Peer, juni 2011

Landbouwers bevorderen waterkwaliteit en biodiversiteit via beekrandenbeheer

Een beekrand lijkt misschien een onbelangrijk detail in het landschap. Niets is minder waar. Een doordacht beheer van beekranden draagt in belangrijke mate bij tot de verbetering van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Omdat deze stroken langs beken deel uitmaken van landbouwpercelen, spelen de landbouwers een essentiële rol. Zij kunnen meewerken aan het beekrandenbeheer via een beheerovereenkomst met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De Limburgse watering De Dommelvallei treedt hierbij op als bemiddelaar in het kader van het Europees project “Beekrandenbeheer in het stroomgebied van de Dommel en de Warmbeek”.

Wat zijn wateringen?

De eerste wateringen ontstonden in de 12e eeuw. Oorspronkelijk waren het verenigingen van grondeigenaars en gebruikers die gronden drooglegden voor de landbouw. De werking van de hedendaagse wateringen wordt geregeld door de wetten van 5 juli 1956 en 2 juni 1957. Vandaag werken deze lokale instellingen vooral aan een modern, lokaal en integraal waterbeleid. De wateringen beheren de onbevaarbare, kleinere waterlopen die van lokaal belang zijn.

De watering De Dommelvallei werd opgericht bij KB van 15 juli 1959. Ze situeert zich in Noord-Limburg en bestrijkt de gemeenten Peer, Hechtel-Eksel, Overpelt en Neerpelt. Het ambtsgebied situeert zich in het Maasbekken en omvat drie stroomgebieden: de gebieden van de Dommel, de Bollisenbeek en de Holvensebeek. Het geheel heeft een oppervlakte van ongeveer 1830 ha. Het beheer houdt alle werken in op het vlak van ruiming, onderhoud en herstellingen, met aandacht voor de waterkwantiteit zowel als de waterkwaliteit.

Wat is beekrandenbeheer?

De watering De Dommelvallei speelt een actieve rol in het project “Beekrandenbeheer in het stroomgebied van de Dommel en de Warmbeek”. De andere partners zijn de Provincie Limburg en de gemeenten Bocholt, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Lommel, Neerpelt, Overpelt en Peer. Het project wordt financieel gesteund door het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling in het kader van het Operationeel Programma Interreg IV Grensregio Vlaanderen-Nederland 2007-2013.

Beekranden kunnen worden gedefinieerd als bufferstroken van meestal 6 meter breed langs waterlopen in landbouwgebied. Aan de landbouwers die bereid zijn deze stroken niet te bemesten, er geen gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en ze op een latere datum te maaien, wordt een jaarlijkse vergoeding aangeboden. Deze vergoeding wordt berekend op basis van het productieverlies en de beheerkosten.

In 2007 ging er een proefproject van start in Peer. Dit werd daarna uitgebreid tot het gehele stroomgebied van de Dommel en de Warmbeek. Johan Hillen, voorzitter van de watering De Dommelvallei, legt uit wat de specifieke rol is van de watering in dit project.

Vrijwillige beheerovereenkomsten

“Wij geven informatie en zorgen voor bemiddeling, overleg en coördinatie,” zegt Johan Hillen. “We gaan praten met de landbouwers, zonder te zwaaien met dikke studies. We leggen uit wat de bedoeling van het project is. Maar we willen niets opleggen. Alle landbouwers werken vrijwillig mee. Dat is belangrijk want het leidt tot een grotere betrokkenheid.”

Een betere waterkwaliteit en meer biodiversiteit is een kwestie van algemeen belang. Kunnen de landbouwers zich daarin vinden? “De boeren moeten begrijpen dat we geen grond komen afpakken”, verduidelijkt de voorzitter. “Ze mogen zich niet bedreigd voelen. We maken duidelijk dat het er echt niet om gaat agrarisch gebied om te vormen tot natuurgebied. Het is een stukje afgeven en tegelijk houden. Het blijft hùn grond.”

Ongeveer 70% van de beheerovereenkomsten perceelsrandenbeheer in deze regio werd afgesloten via bemiddeling van de watering De Dommelvallei. Zo’n beheerovereenkomst houdt specifieke verplichtingen in. Wie de beekranden onderhoudt en ze niet bemest, in die stroken geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en de maaidatum aanpast, krijgt een financiële vergoeding. “De respons van de meeste landbouwers is positief, mede dankzij de inzet van onze projectleider Annelies Gorissen,” benadrukt de voorzitter. Niet minder dan zestig landbouwers nemen op vrijwillige basis deel aan het project. Samen beheren ze nu al meer dan dertig kilometer beekranden.

De watering biedt de landbouwers ook een luisterend oor en helpt bij praktische en administratieve problemen. Johan Hillen: “Het moet van twee kanten komen. We hebben er geen problemen mee als de mensen bij ons aankloppen met vragen of opmerkingen. Als een boer bijvoorbeeld wijst op een beek die niet goed geruimd is, dan bekijken we dat en proberen we dat op te lossen, ook al moeten we daarvoor soms gaan onderhandelen met de Nederlandse grensgemeenten.”

Een lokale werking, een globale visie

Met dit project draagt de watering bij tot een grotere bewustwording bij alle betrokkenen, ook bij het grote publiek. Als de kwaliteit van het beekwater en ook het oppervlaktewater wordt verbeterd, heeft iedereen daar baat bij. Maar ook het besef dat meer biodiversiteit goed is voor mens, milieu en maatschappij dringt langzaam door. “Als de landbouwers gaan discussiëren over wat nu eigenlijk het beste is, een beekrand met gras of met wilde bloemen, en ze komen tot de conclusie dat bloemen en kruiden mooier zijn en beter voor de biodiversiteit, en dat zij daaraan kunnen bijdragen, dan wijst dat toch op een nieuwe mentaliteit. Maar die overgang van een individuele opbrengstlogica naar een visie gebaseerd op het algemeen belang vergt natuurlijk wel wat tijd.”

De watering De Dommelvallei werkt zeer lokaal. “Maar onze werking is wel van fundamenteel belang,” benadrukt Johan Hillen. “Alleen door persoonlijke contacten kun je iets bereiken. Het gaat erom te praten met de landbouwers. Maar we moeten ook naar hen luisteren. Ze moeten zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Aan de ene kant hebben we de landbouwers, aan de andere kant de VLM. En wij bemiddelen. Maar ook onze contacten met de VLM verlopen erg vlot. Ze merken daar ook wel dat onze aanpak werkt.”

Hoe lokaal de werking ook is, een globale visie blijft belangrijk. Johan Hillen: “Een grensoverschrijdende aanpak en een integrale visie zijn noodzakelijk. Want een beek stopt natuurlijk niet aan de Belgisch-Nederlandse grens. We willen ook zoveel mogelijk aaneengesloten stroken creëren, zonder onderbrekingen. Dat lukt natuurlijk niet overal. Maar het spreekt vanzelf dat ook losse percelen niet geweigerd worden. Die ene geïsoleerde landbouwer die meedoet kan op termijn misschien wel zijn buurman overtuigen.”

Het project Beekrandenbeheer loopt eind dit jaar af. De beheerovereenkomsten lopen nog wel 5 jaar door. Wat er daarna gebeurt, is niet helemaal duidelijk. “De vruchten van ons werk mogen niet verloren gaan,” besluit Johan Hillen. “Maar er wordt nu al uitgekeken naar middelen om het project te verduurzamen. Want een doordacht beekrandenbeheer is en blijft van fundamenteel belang.”

Sitemap